maart 11, 2024

Abstracte kunst ‘lezen’ is geen kwestie van smaak, maar van het kraken van de juiste contextuele en materiële codes.

  • De waarde van een kunstwerk wordt bepaald door de reputatie van de opleiding (zoals de Antwerpse Academie), institutionele validatie en een concrete prijsformule.
  • De keuze voor een materiaal zoals olie- of acrylverf is een bewuste beslissing die de ‘leesbaarheid’ van het werk direct beïnvloedt.

Recommandatie: Focus bij uw volgende museumbezoek niet op ‘wat het betekent’, maar op ‘hoe het is gemaakt’ en ‘in welke context het bestaat’ om de diepere lagen te ontsluiten.

Het is een herkenbaar gevoel: u staat in een museum voor een abstract schilderij en de gedachte “dat kan mijn kind ook” bekruipt u. U voelt een mengeling van onbegrip en misschien zelfs lichte irritatie. Het gangbare advies is vaak om simpelweg “naar de kleuren en vormen te kijken” of “uw gevoel te laten spreken”. Maar dit soort vage raadgevingen laat u achter met een gevoel van buitensluiting, alsof u een geheime taal niet spreekt die anderen wel lijken te beheersen.

De waarheid is dat het waarderen van abstracte kunst zelden een kwestie is van pure intuïtie. Het is een vaardigheid, vergelijkbaar met het leren lezen van een financiële grafiek of het proeven van wijn. Het vereist geen aangeboren talent, maar wel de kennis van een aantal fundamentele codes. Deze codes hebben te maken met de context waarin het werk is ontstaan, de materiële keuzes van de kunstenaar en de economische structuren van de kunstwereld zelf.

Maar wat als de sleutel tot begrip niet ligt in het zoeken naar een verborgen betekenis, maar in het ontcijferen van deze concrete, observeerbare elementen? Dit artikel is geen filosofische verhandeling, maar een praktische gids. We duiken in de specifieke mechanismen die de waarde en perceptie van abstracte kunst bepalen, met een unieke focus op de Belgische kunstscene. Van de invloed van de Antwerpse Academie tot de prijsopbouw van een werk van 5000 euro: we geven u de instrumenten om met meer vertrouwen en inzicht naar abstracte kunst te kijken.

In de volgende secties ontleden we de bouwstenen van de abstracte kunstwereld. We onderzoeken hoe de reputatie van een kunstenaar wordt opgebouwd, welke impact de keuze tussen een tijdelijke installatie en een permanent schilderij heeft, en hoe u kunt vermijden in de valkuil van de ‘hype’ te trappen. Laten we beginnen met het ontcijferen van de codes.

Waarom stijgt de waarde van werken van opkomende kunstenaars uit de Antwerpse Academie?

De waarde van een opkomende kunstenaar is zelden toeval; het is vaak direct gekoppeld aan het prestige en de filosofie van de instelling waar ze zijn opgeleid. De Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen, een van de oudste van Europa, is hier een perfect voorbeeld van. Ze creëert een unieke paradox die verzamelaars en curatoren herkennen als een ‘Antwerpse signatuur’. Deze signatuur is een combinatie van een diepgewortelde, bijna regressieve nadruk op klassiek ambacht en een tegelijkertijd explosieve drang naar avant-garde experiment.

Studie: De invloed van de Koninklijke Academie op kunstwaardering

De Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen, opgericht in 1663, heeft een conservatief imago. Toch is het opvallend dat, zoals een analyse van de avant-garde in België aantoont, 90% van de oprichters van progressieve bewegingen zoals G58 uit deze academie voortkwamen. Deze spanning tussen traditie en rebellie creëert een herkenbare artistieke identiteit die de marktwaarde van afgestudeerden significant verhoogt, omdat verzamelaars deze intellectuele diepgang en technische beheersing zoeken.

Deze Antwerpse signatuur is geen vage marketingterm, maar een set van observeerbare kenmerken. Het herkennen van deze elementen is de eerste stap in het ‘lezen’ van het werk van een Antwerpse kunstenaar. Het stelt u in staat om verder te kijken dan de oppervlakte en de onderliggende structuur en intentie te waarderen. Let bijvoorbeeld op de volgende aspecten:

Close-up van kunstenaarshanden die abstracte texturen creëren met paletmes

De volgende keer dat u een werk van een jonge, Antwerpse kunstenaar ziet, probeer dan deze elementen te identificeren. U zult merken dat achter de schijnbare chaos vaak een zeer bewuste en onderbouwde artistieke praktijk schuilt, geworteld in een rijke en complexe traditie.

  • Combinatie van techniek en experiment: Zoek naar een perfect beheerste klassieke techniek die wordt ‘gebroken’ door een avant-gardistisch of conceptueel idee.
  • Materiële texturen: Veel Antwerpse kunstenaars, in de traditie van Belgische abstracten als Bram Bogart, hebben een fascinatie voor de textuur en de fysieke aanwezigheid van verf.
  • Conceptuele diepgang: Het werk is zelden louter decoratief; er zit vaak een filosofische of maatschappelijke vraagstelling achter, gevormd door de academische context.

Hoe benadert u een kunstenaar in zijn atelier zonder ongemakkelijkheid?

Een atelierbezoek is een van de meest verhelderende manieren om kunst te begrijpen, maar het kan ook intimiderend zijn. De angst om de ‘verkeerde’ vraag te stellen of onwetend over te komen, weerhoudt velen. De sleutel tot een succesvol gesprek is een strategische verschuiving: focus niet op de ongrijpbare “betekenis”, maar op het concrete maakproces. Kunstenaars zijn makers, en praten over materialen, technieken en problemen is hun moedertaal.

Begin het gesprek nooit met “Wat betekent het?”. Deze vraag kan de kunstenaar in het defensief duwen. Start in plaats daarvan met observaties over het proces. Dit opent de deur naar een veel authentieker en onthullender gesprek. Het toont respect voor het ambacht en leidt vaak vanzelf naar de diepere intenties achter het werk. Zoals kunstenares TruiGys uitlegt, is het proces vaak een ontdekkingstocht:

Abstracte kunst vereist geen strak plan. Meestal begin ik met losse potloodkrabbels of spontane penseelstreken en laat ik me leiden door wat zich op het doek ontvouwt.

– TruiGys, Blog over abstracte kunst begrijpen en maken

Door te focussen op deze ontdekkingstocht, wordt u een deelgenoot in het proces in plaats van een examinator. De volgende stappen kunnen helpen om het ijs te breken en een zinvol gesprek op gang te brengen:

  1. Vraag naar materialen: “Welk type verf gebruikt u en waarom?” of “Ik zie dat u met linnen werkt in plaats van katoen, beïnvloedt dat de textuur?”
  2. Informeer naar de techniek: “Hoe beïnvloedt het licht in dit atelier uw kleurkeuzes?” of “Welk probleem probeerde u op te lossen met deze specifieke compositie?”
  3. Toon interesse in het proces: Vragen als “Hoe lang duurt het voor een laag als deze droog is?” tonen oprechte interesse in het ambachtelijke aspect.
  4. Respecteer de ruimte: Een atelier is een werkplek. Vraag altijd toestemming voordat u iets aanraakt of foto’s neemt. Dit basisrespect wordt zeer gewaardeerd.

Evenementen zoals de Open Ateliers, die in veel Belgische steden worden georganiseerd, zijn een uitstekend en laagdrempelig oefenterrein. U kunt er op een ontspannen manier gesprekken aanknopen en uw comfortniveau verhogen. Door de juiste vragen te stellen, transformeert u van een passieve toeschouwer naar een actieve gesprekspartner.

Tijdelijke beleving of blijvend object: wat is de impact op de kijker?

De manier waarop we kunst ‘lezen’ wordt fundamenteel beïnvloed door de context waarin we het tegenkomen. Een schilderij in een museum en een tijdelijke installatie op een festival vragen om een totaal verschillende benadering. Het cruciale verschil zit in de factor tijd en lichamelijkheid. Een permanent object laat herhaalde analyse toe, terwijl een efemere ervaring een onmiddellijke, meer intuïtieve interpretatie afdwingt.

Een perfecte Belgische illustratie van dit principe is het contrast tussen een bezoek aan het S.M.A.K. in Gent en het KMSKA in Antwerpen. In het KMSKA staat u voor een schilderij van Ensor of Tuymans en ‘leest’ u het werk voornamelijk met uw ogen en uw intellectuele bagage. U kunt terugkomen, details bestuderen, de compositie analyseren. De ervaring is primair visueel en analytisch. In het S.M.A.K. daarentegen, wanneer u een grootschalige installatie van bijvoorbeeld Ann Veronica Janssens betreedt, wordt u gedwongen het werk met uw hele lichaam te ervaren. U beweegt door de ruimte, uw perceptie van licht en kleur verandert met elke stap. De beleving is totaal en zintuiglijk.

Deze context van tijdelijkheid, de wetenschap dat de installatie volgende maand verdwenen kan zijn, creëert een ‘Fear Of Missing Out’ (FOMO) die de intensiteit van de beleving verhoogt. U kunt de analyse niet uitstellen; de interpretatie moet in het moment gebeuren. Dit dwingt de kijker om meer op zijn intuïtie en directe zintuiglijke reactie te vertrouwen. De onderstaande tabel verduidelijkt deze verschillen.

Deze vergelijking is cruciaal om te begrijpen waarom sommige kunstvormen directer ‘voelen’ dan andere. De context van tijdelijkheid dwingt ons om de analytische hersenhelft even uit te schakelen en ons over te geven aan de pure, fysieke ervaring. Het is een andere manier van ‘lezen’ die niet beter of slechter is, maar wel fundamenteel anders.

Vergelijking van de beleving tussen tijdelijke en permanente kunst
Aspect Tijdelijke kunst (bv. installatie in S.M.A.K.) Permanente kunst (bv. schilderij in KMSKA)
Intensiteit beleving Hoog door urgentie en FOMO-factor Variabel, meerdere bezoeken en reflectie mogelijk
Interpretatie Intuïtief, zintuiglijk, in het moment Analytisch, intellectueel, met tijd voor reflectie
Lichamelijke betrokkenheid Volledig, beweging door de ruimte is essentieel Beperkt, voornamelijk visueel en op afstand
Waardebepaling Ervaring-gebaseerd (de herinnering is de waarde) Object-gebaseerd (het fysieke werk is de waarde)

De aankoopfout waarbij u koopt wat ‘hype’ is in plaats van wat u mooi vindt

De kunstwereld, en zeker een bruisende kunstbeurs zoals Art Brussels, kan overweldigend zijn. De sociale druk, de zichtbare rode stippen (verkocht!) en de buzz rond bepaalde kunstenaars kunnen een krachtige psychologische invloed hebben. De grootste fout die een beginnende verzamelaar kan maken, is zwichten voor de ‘sociale bewijskracht’ en een werk kopen omdat het ‘gehypet’ is, in plaats van te vertrouwen op een diepe, persoonlijke connectie. Een hype is vluchtig, maar een kunstwerk in uw woonkamer is een dagelijkse metgezel.

Wide shot van Art Brussels met bezoeker in contemplatie voor abstract werk

Het ontwikkelen van uw eigen smaak en het vertrouwen daarop is een spier die getraind moet worden. U moet leren om het lawaai van de markt te negeren en te luisteren naar uw eigen reactie op een werk. Een werk dat u echt raakt, zal blijven boeien, lang nadat de hype is gaan liggen. Het zal nieuwe details onthullen naarmate de jaren verstrijken en een blijvende bron van vreugde en reflectie zijn. Om u te helpen dit proces te structureren en impulsieve, door hype gedreven aankopen te vermijden, kunt u de volgende checklist gebruiken.

Uw actieplan voor een kunstbeurs: de vijftien-minuten-regel

  1. Voorbereiding: Maak vooraf een shortlist op basis van de online previews van de beurs. Identificeer de galeries en kunstenaars die u op het eerste gezicht aanspreken.
  2. Observatietijd: Geef uzelf een minimum van 15 minuten ononderbroken observatietijd voor elk werk op uw shortlist. Loop weg en kom later terug.
  3. Eerste indrukken noteren: Noteer uw onmiddellijke, emotionele reactie op het werk zonder naar de prijs of de naam van de kunstenaar te kijken. Wat voelt u? Waar wordt uw oog naartoe getrokken?
  4. Vragen stellen: Benader de galeriehouder en stel vragen over het maakproces, de materialen en de visie van de kunstenaar, niet over de investeringswaarde of populariteit.
  5. De ‘woonkamer-test’: Visualiseer het werk in uw eigen huis. Vraag uzelf af: zou ik hier elke dag met plezier naar kijken, zelfs als niemand anders weet wie de kunstenaar is?

Deze gestructureerde aanpak dwingt u om te vertragen en een diepere, meer persoonlijke relatie met het kunstwerk op te bouwen. Het helpt u de oppervlakkige aantrekkingskracht van een hype te doorprikken en te investeren in kunst die u op de lange termijn echt waardeert.

Wanneer wordt graffiti verheven tot street art en wie beslist dat?

De grens tussen vandalisme en kunst is vaak flinterdun en nergens is dit duidelijker dan in de wereld van street art. Een tag op een treinstel wordt gezien als een misdrijf, terwijl een muurschildering van een bekende artiest toeristen trekt. De transformatie van graffiti naar street art wordt niet bepaald door de artistieke kwaliteit alleen, maar door een complex proces van institutionele validatie. Het zijn curatoren, musea, kunstcritici en festivalorganisatoren die de macht hebben om een werk uit de illegaliteit te halen en het te verheffen tot een legitieme kunstvorm.

De Gentse kunstenaar ROA is een schoolvoorbeeld van dit proces. Zijn kenmerkende, grootschalige dierenschilderingen in zwart-wit begonnen als illegale interventies in het stedelijk landschap. Ze werden echter opgepikt door de kunstwereld. De erkenning door Belgische curatoren, positieve recensies in kwaliteitskranten als De Standaard, en uitnodigingen voor tentoonstellingen in gerenommeerde galeries en musea transformeerde de perceptie volledig. Wat ooit als ‘vandalisme’ kon worden bestempeld, werd plotseling ‘belangrijke Belgische kunst’. Deze institutionele stempel van goedkeuring is de sleutel die de deur opent naar de kunstmarkt, hogere prijzen en internationale erkenning.

Dit proces van validatie kan op verschillende manieren plaatsvinden, zoals de vergelijking tussen de street art-scenes in Charleroi en Oostende aantoont. In Charleroi ontstond de scene grotendeels organisch en bottom-up, met een sterke ‘straatcredibiliteit’. In Oostende daarentegen werd de street art-cultuur top-down geïntroduceerd en gecureerd via het festival The Crystal Ship, dat internationale topkunstenaars uitnodigt en officiële vergunningen regelt. Beide benaderingen hebben hun eigen dynamiek en legitimiteit.

Vergelijking van street art-scenes: Organisch versus Gecureerd
Aspect Charleroi (organisch) Oostende (The Crystal Ship)
Ontstaan Spontaan, bottom-up, vanuit de lokale scene Gecureerd, top-down, via een georganiseerd festival
Legitimiteit Straatcredibiliteit en peer-erkenning Institutionele goedkeuring en officiële vergunningen
Kunstenaars Voornamelijk lokaal en anoniem/underground Internationaal en bekend, met naam en faam
Publieksbereik Toevallige voorbijgangers en lokale kenners Bewust kunsttoerisme en media-aandacht

Het ‘lezen’ van street art vereist dus niet alleen een oog voor compositie en techniek, maar ook een begrip van deze contextuele factoren. Wie heeft dit werk gemaakt? Is het legaal of illegaal? Is het onderdeel van een festival? Het antwoord op deze vragen bepaalt in grote mate de status en waarde van het werk.

Waarom kiezen internationale sterren steeds vaker voor Antwerpse modeontwerpers?

De aantrekkingskracht van Antwerpse mode op internationale beroemdheden als Beyoncé, Rihanna en Tilda Swinton gaat veel verder dan esthetiek. Wanneer zij een creatie van Dries Van Noten of Walter Van Beirendonck dragen, kopen ze niet zomaar kleding; ze kopen een stuk draagbare filosofie en Belgische authenticiteit. De oorsprong van deze unieke status ligt, net als bij de schilderkunst, in de bijzondere voedingsbodem van de Antwerpse Academie.

De legendarische ‘Antwerpse Zes’ pasten in de jaren ’80 principes uit de abstracte kunst toe op mode. Ze benaderden kleding als sculptuur, met een focus op deconstructie, onconventionele vormen en experimenten met volume. Ze verwierpen de gladde perfectie van de Parijse en Milanese mode en kozen voor een meer intellectuele, rauwe en conceptuele benadering. Deze aanpak was een direct gevolg van de opleiding die ze genoten, die een ongebruikelijke spanning kende.

De Antwerpse academie had een sterk regressief karakter. De klemtoon lag op geschiedenis en ambacht. Brussel was progressiever en keek naar Parijs, Antwerpen naar de barok.

– Johan Pas, Interview over de Koninklijke Academie Antwerpen

Deze quote van kunsthistoricus Johan Pas onthult de kern van het Antwerpse ‘geheim’. Terwijl andere modescholen zich richtten op de laatste trends, werden Antwerpse studenten gedwongen om de geschiedenis van het kostuum en het ambacht tot in de puntjes te beheersen. Juist deze diepgewortelde kennis van de regels stelde hen in staat om die regels op een betekenisvolle manier te breken. Ze deconstrueerden niet uit onwetendheid, maar vanuit een diep begrip van constructie. Dit resulteerde in kleding met een intellectuele en artistieke diepgang die elders moeilijk te vinden was.

Studie: De Antwerpse Zes als mode-avant-garde

De doorbraak van de ‘Antwerpse Zes’ in Londen in 1986 was een keerpunt. Ze presenteerden collecties die de modewereld schokten met hun conceptuele diepgang en hun weigering om te voldoen aan commerciële verwachtingen. Ze behandelden stoffen en silhouetten zoals een abstracte schilder verf en doek behandelt: als materiaal voor expressie, niet louter als decoratie. Deze artistieke integriteit en de link naar de rijke Belgische kunstgeschiedenis creëerden een aura van authenticiteit die sterren aantrekt die op zoek zijn naar een statement, niet zomaar een outfit.

Het kiezen voor een Antwerpse ontwerper is dus een statement. Het signaleert een waardering voor ambacht, intellect en artistieke durf. Het is een keuze voor een verhaal, voor een stukje cultureel erfgoed dat geworteld is in de unieke spanning tussen traditie en avant-garde die de Belgische kunstscene definieert.

Waarom kost een werk 5000 € en hoe wordt die prijs bepaald?

De prijs van een kunstwerk lijkt vaak willekeurig en mysterieus, wat bijdraagt aan het gevoel dat de kunstwereld een exclusieve club is. In werkelijkheid is de prijszetting veel transparanter dan men denkt en gebaseerd op een combinatie van een concrete formule en een duidelijke waardeketen. Laten we een abstract schilderij met een verkoopprijs van €5.000 als voorbeeld nemen en het volledig ontleden.

Ten eerste is er de rol van de galerie. Een galerie is niet zomaar een winkel; ze investeert in de carrière van een kunstenaar door marketing, netwerken, en het organiseren van tentoonstellingen. Voor deze diensten rekent de galerie een commissie. Volgens de richtlijnen van experts in de Belgische cultuursector, zoals aangegeven door het Cultuurloket, gaat standaard 50% van de verkoopprijs naar de galerie. Van de €5.000 gaat dus al onmiddellijk €2.500 naar de galeriehouder.

Wat overblijft voor de kunstenaar, €2.500, is geen netto winst. Hieruit moeten alle kosten gedekt worden die met het maken en het beroep van kunstenaar te maken hebben. De onderstaande tabel, gebaseerd op gangbare verdeelsleutels in de sector, geeft een realistisch beeld van waar het geld naartoe gaat.

Indicatieve prijsopbouw van een kunstwerk van €5.000
Component Bedrag Percentage van totaalprijs
Galeriecommissie €2.500 50%
Materiaalkosten (doek, verf, kader) €500 10%
Proportionele atelierhuur & vaste kosten €600 12%
Sociale bijdragen & belastingen €900 18%
Netto inkomen kunstenaar €500 10%

Daarnaast wordt de basisprijs van een werk vaak berekend met een vrij gestandaardiseerde formule, de zogenaamde ‘galeriecoëfficiënt’. De formule is: (hoogte in cm + breedte in cm) x coëfficiënt = prijs. De coëfficiënt is een getal dat de status en ervaring van de kunstenaar weerspiegelt. Een beginnende kunstenaar kan een coëfficiënt van 4 hebben, terwijl een gevestigde naam een coëfficiënt van 20 of meer kan hebben. Deze coëfficiënt stijgt naarmate de kunstenaar mijlpalen bereikt, zoals een diploma van een postacademische opleiding (bv. het HISK in Gent), een solotentoonstelling in een museum of de opname van een werk in een museale collectie. Dit systeem, hoe onvolmaakt ook, creëert een logische en navolgbare prijsstructuur.

Om te onthouden

  • De waarde van abstracte kunst wordt niet bepaald door smaak, maar door context: de opleiding, de galerie en de institutionele erkenning.
  • De prijs van een kunstwerk is geen willekeur, maar volgt een logische structuur gebaseerd op de galeriecommissie, materiaalkosten en de ‘galeriecoëfficiënt’ van de kunstenaar.
  • De keuze van een kunstenaar voor een bepaald materiaal (zoals olie- versus acrylverf) is een fundamentele beslissing die de textuur, kleurdiepte en ‘leesbaarheid’ van het werk direct beïnvloedt.

Hoe kiest u tussen olieverf en acrylverf als absolute beginner?

Voor wie zelf de stap wil wagen en abstract wil gaan schilderen, is de eerste vraag vaak de meest basale: welk materiaal moet ik kiezen? De keuze tussen olieverf en acrylverf lijkt misschien triviaal, maar het heeft een fundamentele impact op het creatieproces en het uiteindelijke resultaat. Elke verfsoort heeft zijn eigen karakter, droogtijd en mogelijkheden, die bepalen hoe het werk ‘gelezen’ wordt. Deze materiële beslissing is de eerste en misschien wel belangrijkste stap in de creatie van een abstract werk.

Acrylverf is over het algemeen de beste keuze voor beginners. Het is op waterbasis, droogt snel, is relatief goedkoop en makkelijk in gebruik. De snelle droogtijd dwingt je om sneller beslissingen te nemen en is ideaal voor het creëren van harde lijnen, grafische composities en heldere kleurvlakken. Deze eigenschappen sluiten bijvoorbeeld perfect aan bij het werk van de Belgische abstracte pionier Guy Vandenbranden, die bekend stond om zijn geometrische en strakke composities.

Studie: Materiaalkeuze en de ‘leesbaarheid’ van abstracte kunst

De keuze van het materiaal is een bewuste daad die de visuele taal van een kunstwerk definieert. Olieverf, met zijn trage droogtijd en diepe, rijke pigmenten, leent zich uitstekend tot gelaagdheid, subtiele kleurovergangen (sfumato) en een zichtbare textuur (impasto). Het nodigt de kijker uit tot een trage, diepgaande analyse. Acrylverf daarentegen, dat vlakker en sneller opdroogt, resulteert in een meer grafische en onmiddellijke visuele impact. Het begrijpen van deze eigenschappen is essentieel om de intentie van de kunstenaar te ‘lezen’.

Voor wie in België wil beginnen met schilderen, zijn er concrete stappen die u kunt ondernemen om de drempel te verlagen:

  • Start met acryl: Het is vergevingsgezinder en budgetvriendelijker dan olieverf, wat ideaal is voor de experimentele fase.
  • Bezoek een speciaalzaak: Ga langs bij winkels als Schleiper of Deva. Het personeel kan u hands-on advies geven over penselen, doeken en verfsoorten.
  • Begin op papier: Voordat u investeert in dure doeken, experimenteer eerst op zwaar aquarelpapier of speciaal acrylverfpapier.
  • Volg een workshop: Veel lokale academies voor avondonderwijs of culturele centra in België bieden laagdrempelige beginnersworkshops aan.
  • Beperk uw palet: Start met de primaire kleuren (rood, geel, blauw) plus zwart en wit. Dit dwingt u om te leren hoe u kleuren kunt mengen en begrijpen.

Door zelf de materialen te ervaren, al is het maar op kleine schaal, ontwikkelt u een dieper respect voor het ambacht. Het helpt om de brug te slaan tussen “dat kan ik ook” en het daadwerkelijk begrijpen van de keuzes die een kunstenaar maakt.

De volgende keer dat u voor een abstract werk staat, gewapend met de kennis over de invloed van academies, de realiteit van de prijsopbouw en de subtiliteit van materiaalkeuzes, probeer dan niet te raden wat het ‘betekent’. Onderzoek in plaats daarvan welke beslissingen erachter schuilgaan. Uw kijk op kunst zal nooit meer hetzelfde zijn.

Sophie Verhaeghe, Interieurarchitecte en kunsthistorica die functionaliteit verweeft met esthetiek in moderne en gerenoveerde Belgische woningen. Ze is een autoriteit op het gebied van kleurgebruik, kunstintegratie en ergonomisch design.